In juni 2026 verscheen er een voorstelling over Twentse feestzalen (‘Huus van Twente’) van actrice Johanna ter Steege. Ik haalde mijn herinneringen op aan een aantal van deze zalen in Goor en Markelo, waar ik onder meer mijn bruiloft heb gevierd.

Dit artikel is geschreven door Ela Çolak
Gepubliceerd op 9 juni 2026, 15:07
Uitgaan was voor mij als tiener ten strengste verboden, waardoor ik nauwelijks Twentse uitgaansgelegenheden heb bezocht. Mijn Turkse ouders wilden zo lang mogelijk tegenhouden dat hun dochter, zoals die ondeugende Twentse jongelui uit mijn klas, alcohol zou drinken en zou brommers kiek’n. Zo heb ik me, in het stadje Goor, tot mijn 18de ieder weekend stierlijk verveeld, totdat ik kon ontsnappen naar een studentenwoning in Utrecht.
De keren dat ik in mijn jeugd een typisch Twentse uitgaansgelegenheid bezocht, hadden daarom andere redenen. Veel dorpskroegen in Twente hebben bijvoorbeeld een feestzaal, die vaak is uitgerust met een klein podium, een dansvloer en een bar. Zo ook grand café De Ster, dat zich midden in de winkelstraat van Goor bevindt.
Als je vroeger door het knusse kroeggedeelte van De Ster heen liep, kwam je via een deur opeens in een grote zaal, waarin makkelijk driehonderd mensen pasten. Er stonden her en der houten tafels en stoelen en achter in de zaal was een podium. Daar heb ik een aantal keren op de planken gestaan, toen ik als puber mee mocht doen aan voorstellingen van een amateurtoneelvereniging.
De zaal werd ook jaarlijks een paar dagen door een carnavalsvereniging overgenomen, met honderden feestvierende mensen. En natuurlijk vierden Gorenaren er mijlpalen, zoals een verjaardag of een huwelijk. Ik heb in deze zaal nog een hennafeest bijgewoond, dat voorafgaat aan een traditioneel Turks huwelijk, waarbij er in de handpalmen van de bruid henna wordt aangebracht.
Gesloten feestzaal
De feestzaal van café De Ster bestaat niet meer. Na de overname door de familie Weerkamp in 2013 waren er niet veel aanvragen van grote groepen. ‘En die werden alsmaar minder’, vertelt Léon Weerkamp me als ik het café bezoek. Zij, haar zus en haar ouders, met wie ze De Ster runt, focussen liever op de kroeg, die volgens hen goed draait.
Als Weerkamp me door het café leidt en de deur opent die vroeger naar de zaal leidde, kijk ik tot mijn verbazing een kleine, donkere berging in met opgestapelde stoelen. Van de ruimte daarachter hebben ze vier jaar geleden de helft van de grond aan de woningbouw verkocht; de rest is momenteel een zandvlakte.
Toneelstuk in de kroeg
In het nieuwe toneelstuk Huus van Twente, dat zich afspeelt in zo’n typische dorpskroeg, wordt er meermaals luid gezongen: Ja het Huus van Twente/ driekwart eeuw in ons bloed/ Wil je rouwen of trouwen/ dan zit je hier goed.
In deze voorstelling speelt acteur en theatermaker Johanna ter Steege kroegeigenaar Wil. Samen met haar broer Henk (Stefan de Walle) probeert ze hun café, het Huus van Twente, draaiende te houden. Met het aanwezige publiek, zogenaamd hun vaste clientèle, vieren ze het 75ste jubileumjaar van hun geliefde familiebedrijf.
Wil weet echter niet dat hun café al jaren onvoldoende omzet draait en dat ze schulden hebben opgebouwd. Haar broer Henk is daarvoor in het geniep op zoek gegaan naar een investeerder. Die vindt hij in de succesvolle Turks-Nederlandse ondernemer Burak (Ali Çifteci), die voor het eerst in meer dan dertig jaar zijn gezicht laat zien. Vroeger kwam Burak, zoon van een gastarbeider, hier als jonge horecaleverancier wekelijks over de vloer. Een tijd waarin hij zijn oog liet vallen op de charmante, zelfverzekerde Wil.
Randstedeling in Twente
Een afwijkend perspectief op hun typisch Twentse ontmoetingsplek wordt geboden via de rol van Anne (Charlie Panneman), een jonge randstedeling die op zoek is naar een kamer in Enschede, waar ze aan de Universiteit van Twente gaat studeren. Anne is het achternichtje van Henk en Wil en zolang ze nog geen studentenkamer heeft, mag ze bij hen logeren. Wel wordt ze geacht mee te helpen achter de bar. Als ze daar even geen zin in heeft, briest ze tegen Wil: ‘Dit is geen kroeg, dit is een museum.’
Tegen een vriendin, die ze telefonisch op de hoogte houdt van haar verblijf, zegt Anne: ‘Ik liep net even in de zaal, en alle gasten zijn echt net zo oud als Henk en Wil. Het is hier net een bejaardenhuis.’ Iets waar de ouderen in het publiek, die over de nodige zelfspot beschikken, hard om kunnen lachen. Overigens is het aanwezige publiek in het Twentse dorp Reutum aardig gemêleerd: je komt zowel lieftallige 70-plussers tegen als jonge honden en alles daartussenin.
Maar heeft het personage Anne een punt? Sinds de eeuwwisseling hebben meer Twentse cafés hun zalen moeten opgeven of zelfs de kroeg moeten sluiten. Zo ook café-restaurant Waaijer in het dorp Langeveen, een van de locaties waar Huus van Twente deze zomer te zien is. Een paar maanden na de reeks voorstellingen zal Waaijer de tent officieel sluiten wegens oplopende onderhoudskosten, personeelstekort en omzetverlies.
Hebben zulke ontmoetingsplaatsen in Twente nog bestaansrecht? En waarom wil Johanna ter Steege juist nú dit verhaal vertellen, over een moeizaam communicerende horecafamilie, tegen het decor van een Twents café?
Nabijheid stimuleren
Voorafgaand aan een repetitie in de feestzaal van Bays in Reutum vertelt Ter Steege, tijdens een groepsgesprek met haar collega’s Stefan de Walle en Ali Çifteci, dat ze op het idee voor Huus kwam doordat ze nabijheid onder mensen wil stimuleren.
‘We leven in een tijd waarin zo ongelooflijk veel spanningen zijn. Ik denk vaak: wat kan ik eraan doen om ervoor te zorgen dat mensen met elkaar contact blijven houden, blijven praten, zonder meteen in polariserende posities terecht te komen? Daarvoor moet je een soort voorwaarde creëren waarin dat plaats kan vinden’, zegt Ter Steege.
‘Zo kwamen regisseur Liesbeth Coltof, schrijver Jan Beuving en ik op het idee om naar deze plaatsen toe te gaan en het lokaal op te zoeken. In tegenstelling tot die grote theatervoorstellingen die we de afgelopen jaren hebben gemaakt, waar meer dan duizend man iedere avond kwam kijken, dachten we: we gaan het helemaal omkeren. En je kunt niet dichter bij de mensen komen dan in hun eigen feestzaal.’
Twentse spektakelstukken
De uit het dorpje Notter afkomstige Ter Steege (65), bekend van onder andere de succesvolle bioscoopfilm De beentjes van Sint-Hildegard (2020), creëerde in de afgelopen jaren met regisseur Coltof meerdere Twentse spektakelstukken. Van 2019 tot 2022 speelde ze op de luchthaven Twente de hoofdrol in de muziektheatervoorstelling Hanna van Hendrik, over een vrouw die strijdt voor het behoud van haar boerenbedrijf.
In De vergeten Twentse lente (2023) speelde ze de burgemeester ten tijde van de April-meistaking in 1943 in de Hengelose machinefabriek Gebr. Stork & Co. Gezamenlijk trokken deze voorstellingen maar liefst 150 duizend bezoekers.
De opzet van Huus van Twente is daarmee vergeleken opvallend intiem: het stuk is de komende tien weken vijf dagen per week te zien in acht verschillende dorpslocaties. Ze starten deze week in het pittoreske Reutum en doen hierna onder meer het populaire dorpje Markelo én mijn voormalige woonplaats Goor aan.
Rondom het decor
Als je in het doodstille Reutum het horecabedrijf Bays binnenstapt, dat zich pal naast een intimiderend hoge kerk bevindt, zie je meteen dat het multifunctioneel is ingericht. Er is een gelikte discobar, een typische bruine kroeg met een tap, een cafetaria en natuurlijk een ruime feestzaal, waar aan het plafond een enorme glas-in-loodlamp hangt en wat ouderwets ogende lambrisering is.
Midden in deze feestzaal speelt het verhaal van Huus zich af op minder dan 15 vierkante meter achter een ovale bar, waar de spelers vaak glazen en koffiekopjes inschenken of staan te poleren. Bezoekers zitten tijdens de voorstelling rondom het decor en worden uitgenodigd om mee te doen aan spelletjes en gezang, ter ere van het 75-jarig jubileum van Henk en Wils café.
Zo staan Anne en Wil een keer op de bar om te ‘zwieren en vieren’. Oftewel: ze draaien een rondje en wijzen twee bezoekers aan uit het publiek, die vervolgens kort meedoen aan een spel. Ook duikt er nu en dan een accordeonist op, waarbij het publiek automatisch meezingt met gouwe ouwen.
Stamkroeg
Hoewel ik dit allemaal niet heb meegemaakt in mijn jonge jaren, en eerlijk gezegd vandaag de dag ook geen stamkroeg heb in mijn huidige woonplaats Amsterdam, ben ik het volledig eens met de jonge Anne als zij aan de telefoon met een vriendin de sfeer omschrijft. ‘Ik vind al die mensen wel leuk. Ze hebben het echt gezellig. Je voelt gewoon dat ze hier horen, of zo. Dat ze houden van deze plek. Ik bedoel: ken jij iemand die van onze wijk houdt?’
Acteur Stefan de Walle, een geboren Hagenees die een groot deel van zijn jeugd doorbracht in het nabije Twello, zegt: ‘Je ziet dat tijdens de voorstelling, die heel laagdrempelig is, mensen in de zaal snel met elkaar gaan praten. Het is heel open, we spreken bezoekers direct aan en ze zijn onderdeel van het geheel.’
Als de acteurs het hebben over nader tot elkaar komen, vinden ze dat Burak, gespeeld door de Turks-Nederlandse Ali Çifteci, daarin een belangrijke rol heeft. Zowel Burak als Wil blikken in het stuk terug op hun wederzijdse verliefdheid. Wils ouders waren er niet van gediend dat ze een relatie aanknoopte met een Turk. Buraks moeder zei, toen ze door leek te hebben dat hij liefdesverdriet had: ‘Het is een meisje, hè? Je moet een Turks meisje zoeken, dat is beter.’
Turkse en Tukkerse families
Wil en Burak gingen gebukt onder de druk van hun Turkse en Tukkerse families. Ze lieten elkaar los, maar het lot brengt hen weer bij elkaar in het Huus van Twente, waar het jarenlange zwijgen tussen hen wordt doorbroken. Evenals tussen Wil en haar broer Henk, die al jaren hun schulden probeert te verbergen. Dan blijkt Wil ook nog een familietragedie met zich mee te dragen, waardoor ze hun ‘Huus’ in al die jaren niet kon verlaten. Zelfs niet voor haar eerste liefde, Burak.
Çifteci: ‘Het fascinerende aan Burak is dat, ondanks alles wat hij heeft meegemaakt, hij doorgaat met leven vanuit de gedachte: ik doe ertoe. Ik denk niet dat hij echt bezig is met zijn achtergrond. Hij denkt eerder: ik moet vooral mijn kracht en mijn persoonlijkheid aan de wereld laten zien.’
Ter Steege: ‘Hij zegt duidelijk: naar mij werd anders gekeken. Ik vind het mooi dat dat erin zit, want het speelt nog steeds. Kijk naar Ruud Gullit, die laatst te gast was bij Pauw & De Wit. Daarin zei hij: mensen, zelfs politici, kijken nog steeds met een andere blik naar je, omdat je niet wit bent. Dat is ontluisterend, maar ik vond het zo goed dat hij dat zei.
‘Ik hoop met deze voorstelling dat bezoekers een klein beetje anders de zaal uitkomen. Als je je aangesproken voelt in zo’n zaal, waarbij je wordt aangemoedigd opnieuw naar de ander te kijken, komt dat meer aan dan wanneer je voor de televisie zit. Dan heb je toch op een klein niveau veel bereikt.’
Huwelijksfeest
Het verhaal van Wil en Burak, wiens liefde er niet mocht zijn, is binnenkort te zien in een feestzaal van Herberg de Pot, die al bijna vijf eeuwen bestaat. De Pot ligt vlak bij Markelo en toen ik jong was, maakten we hier tijdens fietstochten met het gezin vaak een tussenstop. Niet voor een drankje in hun kroeg, uiteraard, maar voor een ijsje en de speeltuin. Ook vierden 12,5 jaar geleden mijn ‘witte’ Nederlandse man en ik hier ons huwelijksfeest; wij wisten onze relatie uiteindelijk wel te verkopen aan onze Turkse en Nederlandse achterban.
Voor ons feest maakten we gebruik van de grootste zaal van De Pot, waar een halve eeuw geleden nog koeien in een schuur rondliepen. Vanaf eind juli is Huus hier te zien onder de karakteristieke houten gebinten en de barokke kroonluchters die aan het plafond hangen.
In een ruimte ernaast is de kroeg, die je het idee geeft dat je een eeuw terug in de tijd stapt: er hangen schoteltjes aan de muren, er liggen tapijten op tafel en er is geen muziek, waardoor je de stoelen vaak hoort schuiven over de stenen vloer. Aan de muur hangt een foto van de voorouders van Susan Boode-Roeterdink, die nu samen met haar man Teunis-Jan Roeterdink eigenaar is van De Pot: zij vertegenwoordigen alweer de zevende generatie.
Ondanks de coronapandemie en de stijgende kosten, weten de mensen De Pot nog altijd goed te vinden. Teunis-Jan en Susan hebben dan ook geluk met hun buitenruimte: een terras en een enorme speeltuin. Wat tevens in hun voordeel werkt, is dat het binnenlandse toerisme de afgelopen jaren is toegenomen. Omdat ze net buiten het dorp Markelo zitten, zijn ze omringd door allerlei campings en vakantiehuizen, waardoor toeristen hen weten te vinden. Maar ook hun zalen zijn populair en worden vanuit de hele regio geboekt voor feesten en partijen.
Minder huwelijken
Historicus Cor Trompetter, die meerdere boeken over Twente schreef, vertelt dat het gemeenschapsleven in de dorpen en op het platteland tot aan de jaren tachtig in de kroeg plaatsvond. ‘Op die plekken werden vaak grote bruiloften gevierd, wat een mooie bron van inkomsten was’, zegt Trompetter aan de telefoon. ‘Maar door ontkerkelijking heeft het huwelijk een andere plaats in onze samenleving gekregen. Sinds de eeuwwisseling is het allemaal nog minder frequent geworden en dan zie je dat de inkomsten verder teruglopen.’
May Weerkamp, mede-eigenaar van De Ster in Goor, herkent dit: ‘Bruiloften hebben een andere invulling gekregen. Het is sowieso allemaal kleiner geworden, bruiloften hebben nu vaak tussen de veertig en tachtig gasten, en dan gaan mensen bijvoorbeeld liever met een gezelschap tafelen. Of ze kiezen ervoor om het op een bijzondere locatie, zoals in een brouwerij, te vieren. Trouwen en feestvieren met honderden mensen is hoe dan ook niet meer van deze tijd, dat hadden wij al snel in de smiezen.’
Veranderende maatschappij
Wendy Weultjes, eigenaar van café-restaurant Waaijer in Langeveen, waar Huus van Twente binnenkort te zien is en dat niet lang daarna permanent de deuren zal sluiten, kan dit beamen. ‘Bij verschillende zalencentra in de omgeving hoor ik vergelijkbare geluiden. Sommigen kroegen of feestzalen hebben nog wel geluk met carnavalsverenigingen, daar halen ze dan veel omzet uit’, zegt Weultjes aan de telefoon.
‘Maar feesten worden anders gevierd. Meer thuis. Het zalencentrum was waar het vroeger gebeurde, sinds corona zijn het huisfeestjes. Een veranderende maatschappij is denk ik de goede samenvatting. Op een gegeven moment moet je mee met de beweging die er is. Dat het toneelstuk te zien is in ons café-restaurant is wel passend: beter stoppen op een goed moment dan alles laten afglijden.’
Mooi eigenlijk, dat Ter Steege deze plekken, evenals de mensen die ze zo lang levendig hebben gehouden, in het zonnetje zet met haar Huus. Een stuk waarmee ze tegelijkertijd nog eens de zwijgcultuur onder hardleerse Tukkers én Turken aankaart.
De Pot in Markelo is misschien niet zo exemplarisch voor de gang van zaken in Twentse horeca en lijkt ook geen steun in de rug nodig te hebben. Door de warme ontvangst en het aanstekelijke enthousiasme van de eigenaren van De Pot, wil ik hier wel zo snel mogelijk terugkomen met mijn kinderen, die ik dan in de speeltuin los kan laten.
Een biertje lust ik na al deze jaren nog steeds niet; ik heb het in mijn studententijd meermaals geprobeerd, maar alcohol is gewoon niet mijn vriend. Een kroegtijger ben ik daardoor, tot mijn lichte spijt, niet geworden. Dan wordt het op het terras van De Pot maar gewoon een heerlijke kop koffie.
