Reportage: Na een voorstelling over Turkse remigratie ziet journalist Ela Çolak haar familie in een ander licht (De Volkskrant)

 

Dede en Ela in de Volkskrant

Theaterredacteur Ela Çolak gaat met haar opa naar Return of the King, een voorstelling van Sadettin Kirmiziyüz over de remigratie van diens vader, net als Çolaks grootvader een voormalig gastarbeider uit Turkije. Met een bijzonder besef over haar héle familie tot gevolg.

 

 

Dit artikel is geschreven door Ela Çolak. Gepubliceerd op 24 oktober 2024, 17:04

 

Een tijdje geleden pakten mijn 82-jarige grootvader en ik, in zijn rijtjeshuis in het Twentse stadje Goor, zijn fotoalbums er weer eens bij. Als cultuurjournalist had ik ditmaal een motief: ik wilde hem meenemen naar de nieuwe voorstelling Return of the King van theatermaker Sadettin Kirmiziyüz, die daarin vertelt over zijn vaders verleden als gastarbeider én diens keuze om terug te verhuizen naar Turkije.

Ik was benieuwd naar wat de zeer empathische Kirmiziyüz bij mijn grootvader zou kunnen losmaken. Maar ik dacht ook: ik weet vrijwel niets over mijn grootvaders jeugd, zijn tijd als gastarbeider, de gezinshereniging waardoor mijn vader op zijn 11de naar Nederland kwam. Ik had hem hier gek genoeg nog nooit over aan de tand gevoeld, misschien doordat hij van nature niet zo openhartig is. Toch communiceren wij nog altijd beter dan mijn vader en ik, met wie ik helaas een moeizame relatie heb.

Hoe dan ook, veel van wat er tot aan mijn geboorte in 1987 binnen onze familie is gebeurd, zou zomaar in de vergetelheid kunnen raken, besefte ik, en dus pakte ik ook de audiorecorder erbij.

De wereld aan zijn voeten

We bladerden door een album vol statige zwart-witfoto’s, waarvan de meeste in de jaren zestig in Turkije zijn genomen. Op een portret, gemaakt toen hij een jaar of 20 was, oogt mijn jeugdige grootvader opvallend fier, vorstelijk bijna. Hij heeft iets gebiedends in zijn blik, met zijn kin wat omhoog, de ogen halfopen. Hij kijkt alsof de wereld aan zijn voeten ligt.

Op zijn 16de verliet mijn grootvader als enige zijn geboortedorp in het door armoede geplaagde zuidoosten van Turkije, om in de nabije stad Malatya te gaan wonen en werken. In de textielfabriek waar hij toen werkte, werden in 1966, twee jaar nadat Nederland een wervingsakkoord had gesloten met Turkije, arbeidskrachten gezocht voor een tijdelijke baan in Nederland.

Op dat moment had mijn 24-jarige grootvader ook een vrouw en twee kleine kinderen voor wie hij verantwoordelijk was. Maar zonder lang na te denken, en met de zegen van mijn grootmoeder, besloot hij te gaan. Na een fysieke keuring stapte hij met tientallen lotgenoten in een KLM-vliegtuig. Bij aankomst op Schiphol werden ze met een bus direct naar Nijverdal vervoerd, waar ze in ploegendiensten de Ten Cate-textielfabriek jarenlang draaiende hebben gehouden.

Buikpijn

Ik heb vaak gedacht aan hoe mijn leven eruit zou hebben gezien als mijn grootvader voor de veilige route had gekozen, niet zo ambitieus was geweest en in zijn dorp was gebleven. Ik vraag me ook af hoe het leven van mijn eigen vader er dan uit zou hebben gezien; want het feit dat hij in zijn vormende jaren zonder vader is opgegroeid, heeft hun band (en die van ons, vader en dochter) op z’n zachtst gezegd weinig goed gedaan.

Toen we de spontanere kleurenfoto’s bekeken van mijn breed lachende grootmoeder, kort na haar komst naar Nederland in 1973, gebeurde het: mijn grootvader stelde zich kwetsbaarder op dan ooit. Hij vertelde me dat hij nog altijd verdriet heeft van het feit dat mijn grootmoeder letterlijk buikpijn had van het immense gemis dat ze voelde, in de jaren dat ze zonder haar echtgenoot in Malatya verbleef.

Offers werden dus zowel in Nederland als in Turkije gebracht. Gezinnen werden na jaren herenigd. En de volgende generatie (onder wie ikzelf) werd in dit platte, natte en heerlijk liberale land geboren.

Thuis

In mijn jeugd is het woord ‘terugkeren’ nooit gevallen. Zelfs nu mijn grootvader weduwnaar is, en ook zijn vijf kleinkinderen gesetteld zijn, is er geen haar op zijn hoofd die eraan denkt om voorgoed terug te gaan naar Turkije. Behalve dan om er begraven te worden, vlak bij zijn geboortedorp, aan de voet van een berg waar ook mijn grootmoeder rust.

Ik heb altijd het gevoel gehad dat mijn familie en ik hier thuishoren. Bijna iedereen in mijn familie spreekt accentloos Nederlands, we zijn altijd goed bevriend geweest met onze Nederlandse buren en over Sinterklaas en kerst werd nooit moeilijk gedaan.

Wat misschien heeft bijgedragen aan ons gevoel van belonging, is dat mijn familie niet bepaald religieus is. We zijn eerder ‘culturele moslims’, waardoor voor zover ik weet niemand zich ooit aangesproken heeft gevoeld door de anti-islamsentimenten die in de afgelopen decennia een steeds grotere rol innamen in het publieke debat.

Dus toen ik hoorde dat de vader van de immer intrigerende podiumkunstenaar Sadettin Kirmiziyüz, wiens voorstellingen ik al vijftien jaar bezoek, wel heeft besloten te ‘remigreren’ naar Turkije, was mijn interesse meteen gewekt; waarom wil zijn vader, die ook een voormalige gastarbeider is, wel terug? En hoe gaat Kirmiziyüz daarmee om?

Handdoek in de ring

In zijn nieuwe voorstelling Return of the King vertelt Kirmiziyüz op zijn typisch eloquente en humoristische wijze het verhaal van een zoon die tot de kern van zijn vader probeert door te dringen. Tijdens hun laatste autorit vanuit Nederland naar Turkije, waar Mehmet Kirmiziyüz van zijn pensioen wil gaan genieten, probeert zijn zoon Sadettin (vaak tevergeefs) uit te vogelen waarom hij hier plotseling toe heeft besloten.

De vader die hem altijd zei ‘niet de Turk uit te hangen’, die hem aanspoorde zich in Nederland te wortelen en een goed bestaan op te bouwen, leek opeens de handdoek in de ring te gooien. En dat na vijftig jaar in Nederland en na zijn beste jaren te hebben gegeven aan broodnodige en zware arbeid, waar autochtone burgers geen trek in hadden.

Eerst in een textielfabriek, een ijzergieterij en in de autobranche. Later, na het volgen van taallessen en door bijscholing, onder meer bij de rechtbank in Zutphen en Arnhem. ‘Maar wie ben je eigenlijk wanneer je in je jonge jaren ergens weggaat en er als gepensioneerde terugkeert?’, vraagt Sadettin zich in het stuk af.

Last van het migrantenkind

Tegelijkertijd ziet hij ‘een kosmische kans’: hij worstelt al van jongs af aan met het label niet-westerse Nederlander, heeft met zowel openlijke discriminatie als micro-agressies te maken gehad (waarover hij onder meer in zijn gelauwerde voorstelling Citizen K uitweidt) en vervalt naar eigen zeggen nog steeds in codeswitching, waarbij je anders praat wanneer je je tussen witte dan tussen niet-westerse Nederlanders bevindt.

Het vertrek van zijn vader biedt wellicht ook kansen. Zo zegt hij in het stuk: ‘Mijn vader die weggaat, ik hoef dat alleen maar heel erg bewust te voelen. En dan ben ik er voorgoed van af: de last van het migrantenkind zijn.’

Het verhaal waarin vader en zoon samen een laatste reis maken naar Turkije (samen met enkele lifters die voor de nodige afleiding zorgen) is onder meer geïnspireerd op de reizen die ze vroeger hebben gemaakt als gezin. Tijdens hun autorit leest zoon Sadettin nu en dan uit een boekje dat hij heeft gevonden bij zijn vader, een sprookje waarin een prins de woeste bergen verruilt voor een polderlandschap. Een prins die in een gastarbeiderspension terechtkomt, naar melancholische liedjes luistert, zich op een kermis vergaapt aan prachtige blondines, maar plichtsgetrouw een Turkse huwt en een zoon baart die tussen twee identiteiten leeft.

Levensverhaal

Maar hoe fantasievol Sadettin dit verhaal ook doet klinken, het is wél echt gebeurd: het is zijn vaders levensverhaal. Een verhaal dat ik dolgraag met mijn grootvader wil delen, ook omdat dit een jubileumjaar is, waarin we erbij stilstaan dat zestig jaar geleden de Turkse arbeidsmigratie op gang kwam – wie weet wat voor emoties het oplevert.

Wanneer ik Kirmiziyüz na een repetitie in broedplaats de Sloot in Amsterdam spreek, onder een aangename herfstzon op een terras, vertelt hij me dat zijn vader het tot twee jaar geleden nooit over remigreren had. De teleurstelling was hierdoor in eerste instantie groot. ‘Toen hij zei ‘ik ga naar Turkije’, dacht ik: hè? Je laat ons gewoon in de steek, je laat ons achter met alle problemen omtrent migratie en discriminatie, waar ik al een heel groot deel van mijn leven mee bezig ben, doordat jij hier naartoe gekomen bent.’

Intussen denkt hij daar anders over en is hij blij voor zijn vader. ‘Hij zou hier nooit zo van zijn pensioen kunnen genieten als in Turkije: hij woont in een prachtig complex in Bursa, vlak bij Istanbul, compleet met een zwembad en een sauna. Zijn familie woont er ook en we spreken elkaar nog regelmatig. Vroeger, als je je Turkse familie wilde opzoeken, was dat echt een wereldreis. Maar ik zou nu bij wijze van spreken een vlucht kunnen pakken en ’s avonds bij hem kunnen zijn. De afstand voelt daarom ook veel kleiner.’

Maar het is te kort door de bocht om te zeggen dat alleen economische redenen en een aangenamer oord voor op je oude dag een rol spelen. De vader van Kirmiziyüz is, in tegenstelling tot mijn grootvader, een vrome moslim. Over hun gezamenlijke reis naar Mekka maakte Kirmiziyüz de voorstelling De Zoon, De Vader en Het Heilige Feest (2010), een ervaring waardoor ze dichter naar elkaar toe groeiden.

Ook stemde vader Kirmiziyüz altijd CDA, totdat die partij in 2010 met gedoogsteun van de PVV ging regeren, wat voor hem een ontgoochelend moment was.

‘Dat heeft zeker veel met hem gedaan. Hij dacht echt: hoe kan dit? In de jaren zeventig waren mensen volgens hem supervriendelijk. Hij heeft bij de vuilnisdienst gewerkt, kreeg dan wel eens fooi of een kop koffie aangeboden, de mensen vroegen aan hem: waar kom je vandaan? Dat is in de loop der jaren totaal omgeslagen.’

Vervreemding

Het groeiende gevoel van vervreemding of zelfs uitsluiting is bij meer Turkse Nederlanders aanwezig. Hoewel vaak wordt gewezen op een sterke aanwezigheid van deze bevolkingsgroep op de Nederlandse arbeidsmarkt, bleek uit een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2015 dat een kwart van de Turks-Nederlandse respondenten ‘sociaal, emotioneel en cultureel op grote afstand staat tot de Nederlandse samenleving en gesegregeerd of zelfs geïsoleerd leeft’.

Toch wordt er niet massaal geremigreerd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gaat het maar om een paar duizend mensen per jaar (in 2023 waren het er zo’n 3.500). Volgens onderzoeker Nella Geurts van de Radboud Universiteit kunnen onvrede over het verrechtsen van de politiek of anti-immigrantensentimenten een factor vormen in het besluit te remigreren, maar er speelt meestal meer.

‘Belangrijk is: in hoeverre voel je je nog verbonden met Turkije?’, zegt Geurts aan de telefoon. ‘Turkije is een land dat bij uitstek zijn best doet om de diaspora in Europa nabij te houden. Bijvoorbeeld door het stemmen voor Turkse verkiezingen te organiseren in Nederland. En door specifieke televisiezenders te creëren voor migranten en hun kinderen in Europa, om ze op de hoogte te houden van wat er in Turkije gaande is. Dat voedt de binding met Turkije en dat maakt het voor oudere migranten makkelijker te remigreren, vooral als het werk klaar is en eventuele kinderen volwassen zijn.’

Menselijk

Daarnaast bestaat er ook gewoon zoiets als een menselijke drang, vertelt Geurts. ‘Een algemene tendens bij het ouder worden is dat je dat graag doet op een plek waar je je prettig voelt, bij mensen met wie je graag bent. Mijn ouders zijn toevallig onlangs binnen Nederland terug verhuisd naar de plek waar hun roots liggen, waar hun broers en zussen nog wonen. Voor migranten is dat een grotere stap met mogelijk meer afwegingen, maar zij zijn niet de enigen die remigreren of hierover nadenken.’

Op de dag dat ik mijn grootvader meeneem naar de allereerste opvoering van Return of the King, is hij de kalmte zelve. De plechtige indruk die hij vaak wekt, op mij of op anderen, maakt dat ik hem niet kan peilen. Heeft hij er überhaupt zin in? De enige voorstelling die hij ooit heeft bezocht was die van de Turks-Nederlandse Nilgün Yerli, zo’n twintig jaar geleden. Het kan ook zijn dat hij zo op z’n woorden let omdat hij weet dat ik over hem ga schrijven.

In de auto onderweg naar het theater in Amstelveen praten we wat over ditjes en datjes, mijn dochters, mijn werk, zijn vereniging waar hij twee dagen in de week koffiedrinkt met ouderen en soms met ze wandelt. Maar ik mis een diepere connectie. Eenmaal in het theater, waar we ons laten portretteren, keert die weer heel even terug. Wanneer de fotograaf de lamp neerzet, kijkt mijn opa me met glimmende ogen aan en zegt dan uit het niets: ‘Ik ben trots op jou.’

Geert

Tijdens de voorstelling zie ik hem vooral grinniken om de brutale opmerkingen van het personage ‘Geert’, die spontaan met vader en zoon Kirmiziyüz meelift naar Turkije. Maar tijdens een scène waarin Sadettin uit het boekje voorleest over de prins en diens lichaam, dat als een kluis fungeert en waar hij al zijn woede en verdriet in stopt, besef ik ineens: dit gaat niet alleen over de opa’s en oma’s die hier kwamen werken als gastarbeider. Dit gaat ook over onze papa’s en mama’s die hun emoties en angsten, door jarenlang gescheiden te hebben geleefd van hun ouders, hebben weggestopt. En daar, net als mijn vader, nog altijd onder lijden.

Stiekem denk ik: was mijn vader hier maar mee naartoe gegaan.

Wat me ook raakt, is dat Kirmiziyüz in het stuk het schuldgevoel blootlegt dat hij als achtergebleven migrantenkind ervaart. Hij floreert en is gelukkig hier, maar zijn vader moet de hele weg terug naar het oosten afleggen ‘om dat geluk dat hij in Europa meende te vinden daadwerkelijk te kunnen vinden’.

Rol voor nazaten

Maar hij realiseert zich ook dat zijn vaders verhaal hier niet stopt, integendeel. Op het terras vertelt Kirmiziyüz: ‘Mijn dochter van 5 is er nu al mee bezig dat, als ze op een dag slaagt, ze niet alleen de Nederlandse maar ook de Turkse vlag wil ophangen. En mijn oudste zoon zegt: wow, mijn opa en oma komen uit Azië, een heel ander continent! Ik dacht altijd: wie ben ik eigenlijk? Maar mijn zoon zegt: ik ben van alles!’

Er is een belangrijke rol weggelegd voor ons, de nazaten. De kinderen en kleinkinderen van tienduizenden dappere doorzetters, mannen en vrouwen, die zonder te weten in wat voor situatie ze zouden terechtkomen de reis naar een vreemd land ondernamen. Wij moeten hun verhalen nu optekenen, uitbeelden, doorgeven aan onze kinderen – verhalen van moed, van pioniers, maar ook van onuitgesproken gevoelens en zeldzame momenten van oprechtheid.

Dat mijn opa hier voor ons blijft, is een gegeven. Dat hij, een paar dagen na de voorstelling, me weer vertelt dat hij spijt heeft van het feit dat zijn gezin zo onder zijn afwezigheid heeft geleden in Turkije, maakt mij trots. Een man van 82, die zijn emoties altijd in zijn kluis hield, velen daarmee op afstand hield, durft zich steeds vaker kwetsbaar op te stellen tegenover zijn kleindochter. Een theatervoorstelling kan daarbij een mooie spiegel zijn, maar simpelweg blijven praten en oprecht in elkaar geïnteresseerd zijn, kan je al heel ver brengen.

De volgende kluis die ik zal kraken is die van mijn vader. Lukt het mij niet, dan hopelijk wel mijn oudste dochter.

Bron en foto’s: zie https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/na-een-voorstelling-over-turkse-remigratie-ziet-journalist-ela-colak-haar-familie-in-een-ander-licht~b8b4c502/

Please follow and like us:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *